Tusken 5 en fierder

Hilda Gerharda van der Veen
‘Hoe laat leven we eigenlijk’

In mijn werk is vergankelijkheid leidend. Er is een behoefte tot verwerking van dagelijkse dingen. Of het nu gaat om gevoelens van verdriet, lust of verveling, het zet me aan tot maken, tot verbeelden. Op die manier duid ik als het ware de tijd en vestig de aandacht op details van schoonheid en leegte.

Voor mij schuilt in het ene steeds het andere. Tijdens het werkproces volg ik het materiaal en het materiaal volgt mij. Regelmatig terugkijken zorgt ervoor zicht te houden op het groter geheel. Wat is de kern, wat blijft over?

Het denken, het laten gebeuren, de verschillende materialen en technieken, het spelen en het maken geven richting om mijn eigen beelden te vinden. Het verbeelden lest mijn dorst naar betekenis en zingeving. En misschien wel het meest belangrijke, het maakt dat ik even verlies en het verzoent me met de realiteit: er komt een einde aan.